De compass badge is een van de meest nagemaakte dingen in menswear. Dat is de prijs van herkenbaar zijn: een badge die je van de overkant van de straat leest, is een badge die het waard is om na te maken. Wij kopen elke week in bij andere handelaren en bij particulieren, dus wij kijken stukken continu na. Na verloop van tijd zakt dat in een vaste volgorde. Dit is die volgorde, en net zo belangrijk: wat elke stap wel en niet bewijst.
1. Begin bij de Certilogo, niet bij de badge
Sinds de collectie van voorjaar 2014 zit er in elk Stone Island-kledingstuk een Certilogo-code. Die zit op een klein securitylabel binnenin, meestal in een zijnaad of bij het maatlabel, als een getal van twaalf cijfers dat begint met CLG, met een QR-code ernaast.
Je scant de QR met je telefoon of je tikt het nummer in op certilogo.com. Binnen een paar seconden heb je antwoord. Dit is het dichtste bij een sluitende controle dat er bestaat, en daarom begint het hiermee: is een stuk van 2014 of later nep, dan valt het hier meestal al om, en heb je jezelf twintig minuten turen op stiksels bespaard.
Twee dingen om te weten. Schoenen en sommige accessoires hebben geen code, en alles van voor 2014 ook niet, dus elk vintage stuk valt hierbuiten. En een code die opvallend vaak gecontroleerd is, is een vraag aan de verkoper waard, want dezelfde code op een hele serie namaak wordt door elke koper gescand.
2. De badge
Bij alles van voor 2014, en als tweede mening bij de rest, kijk je naar de badge. Echte badges zijn geweven, niet geprint. Ga met je duim over het kompas: je hoort het garen te voelen. De kleuren verraden het vaakst. Echte badges zijn gedempt, een zacht geel en een saliegroen. Namaak komt er meestal te verzadigd uit, een feller geel en een groen dat bij daglicht bijna neon leest.
Let op de drop stitch rond de knoopsgaten en de kompasroos. Bij een echte badge ligt het gele stiksel als een eigen laag boven de ondergrond, je ziet en voelt dat het omhoog komt. Bij een kopie oogt het vlak, alsof het op de patch gedrukt is.
Kijk daarna naar de letters. Echte tekst is scherp en gelijkmatig gespatieerd. Namaak gebruikt vaak een net iets te zwaar lettertype, waardoor de letters in elkaar beginnen te lopen. Draai de badge ook om: de achterkant hoort een nette zwarte zijde- of nylonrug te zijn met verzorgd stiksel, geen wirwar van draden.
De badge dateert het stuk ook. Vroege badges hebben een groene rand langs de buitenkant. Kenners noemen die Green Edge, en ze horen bij het eerste tijdperk van het merk, voor de badge met de zwarte rand die daarna standaard werd. Bronnen zijn het niet eens over het precieze moment van die wissel, ergens in de tweede helft van de jaren negentig, dus behandel Green Edge als tijdsaanduiding en niet als exact jaartal. Het is een van de redenen dat een vintage stuk meer waard kan zijn dan een actueel stuk dat nieuw duurder was.
3. Hoe de badge vastzit
De badge kan er altijd af, en hoe hij vastzit is het bekijken waard. Bij sommige stukken zitten er drukkers in de mouw genaaid en klikt de badge daaroverheen. Bij andere zitten er knopen die met draad doorgestikt zijn. Allebei is normaal.
Wat het ook is, kijk naar de bovenkant van de knoop. De tekst Stone Island hoort scherp te zijn en niet ondiep of vlekkerig, het kruisje in het midden hoort gelijk te liggen in plaats van ingedrukt, en de gaatjes horen schoon uitgesneden te zijn zonder ruwe randen. Zit de badge er al af, kijk dan naar de stof eronder: het gaatje hoort afgewerkt en verstevigd te zijn, geen rauw gat door de mouw.
4. Het art number
Op het wasetiket vind je een code als 7515Q0122. Dat is het art number en het vertelt je wat het stuk is. De eerste twee cijfers zijn het seizoen en het jaar, de twee daarna de lijn, waarbij 15 voor Stone Island zelf staat. Een cijfer daarna geeft het type kledingstuk aan en de rest beschrijft de stof, de behandeling en de kleurstelling.
Het art number is geen echtheidscontrole. Iedereen kan elk nummer op een label drukken. Waar het wel goed voor is, is het vangen van tegenstrijdigheden: noemt de verkoper het een recente jas terwijl de code op een ander seizoen wijst, of beschrijft de code een stof die niet is wat je vasthoudt, dan heb je een vraag te stellen. Het is ook hoe je erachter komt wat je nou eigenlijk hebt, en dat telt als je doorverkoopt.
5. De labels en de binnenkant
Keer het stuk binnenstebuiten. Stone Island is netjes gemaakt: gelijkmatige steekdichtheid, geen losse draden aan naadeinden, voeringen die vlak liggen. Wasetiketten zijn scherp gedrukt, met correcte spelling in elke taal die erop staat. Ritsen zijn gemerkt, meestal Riri of Lampo, en ze lopen soepel in plaats van te haken.
Eén ding waar mensen op struikelen: het EAC-label voor de Russische markt heeft vaak een generieke of gewoon verkeerde omschrijving, waardoor een jas als broek staat vermeld. Dat is een labelkwestie op echte stukken, geen alarmbel op zichzelf.
Wat dit allemaal niet bewijst
Geen enkele controle beslist het in zijn eentje. Een echte badge kan van een versleten jas geknipt en op namaak gezet worden. Een echt label kan hergebruikt worden. De Certilogo is het sterkste dat je hebt en dekt alleen 2014 en later. Wat je echt beschermt is de combinatie: de code, de badge, de knopen, de afwerking, de prijs en de verkoper.
Dat laatste doet meer werk dan mensen denken. Een jas met een winkelprijs rond de vijfhonderd euro die nieuw voor tachtig wordt aangeboden, is geen koopje maar een antwoord. Vraag de verkoper waar het stuk vandaan komt. Vraag om een foto van de binnenlabels en de knopen voordat je betaalt. Een verkoper die weet wat hij heeft, stuurt die zonder aarzelen.
Hoe wij het doen
Elk stuk dat wij online zetten is eerst nagekeken, en we fotograferen de badge en de labels zodat jij ziet wat wij zagen. Zit er een Certilogo op, dan scannen we die zelf, en het label blijft aan het kledingstuk zitten zodat jij hem opnieuw kunt scannen als hij binnenkomt. Meer over hoe we werken lees je op onze echtheidspagina, of kom de stukken zelf bekijken in de winkel in 's-Hertogenbosch, op afspraak.
